Mijn kampioenne!
Afgelopen maandag hebben Aagje en ik privéles gehad op het hondenterrein. De andere honden die normaal Behendigheid doen, konden niet aanwezig zijn. Dus Aag en ik hebben onder leiding van Harry (niet de buurman, de hondentrainer) allerlei dingen geprobeerd. Nou, ik stond versteld.
Aag doet alles wat ik haar zeg. En steeds makkelijker. Moest ik in de eerste paar lessen nog enigszins met geweld (als in, met beide handen haar op haar plek houden) als ze over een balkje heen moest, tegenwoordig wijs ik het balkje aan, knik een keer en ze weet wat de bedoeling is. In de eerste les moest ik op de hoogste stellage klimmen en Aagje roepen, om haar naar boven te krijgen, tegenwoordig tik ik twee keer bovenop de stellage en mevrouw vliegt al naar boven.
We merken het eigenlijk in alles wat Aagje doet. Niet alleen heeft ze veel meer oog voor wat de commando’s precies betekenen (“Af” is niet “maar ergens gaan liggen”, maar “daar gaan liggen waar het baasje wijst”), ze wordt ook leniger. Dat verwacht je misschien wel als je weet dat ze behendigheid doet, maar ik verwachtte dat eigenlijk niet. Zoveel anders dan wat ik normaal met haar deed, gebeurt er niet. En stiekum toch wel. Het lopen over de ladder zal zeker geholpen hebben, maar ook de smallere balkjes en de hogere tafels, het heeft allemaal invloed. Was ze voorheen een lompe boerentrien, tegenwoordig kan ze werkelijk springen met enige gratie en rent ze niet eerst haar speeltje voorbij als ze hem moet apporteren, maar stopt ze eventjes voordat ze bij het speeltje is.
Maandag hebben we dus vanalles geprobeerd. Schotvastigheid, dus of ze uitvalt als er knallen om haar heen zijn. Geen probleem (nou ja, ze schrok een beetje, maar zou je niet, als er ineens zo’n knal klinkt?). Zitten en liggen terwijl ik doorloop. Deed ze wel, maar niet zo mooi als we wilden. Toen de stellages, de ring op de hoogste stand viel even om, maar daarna sprong ze er gewoon doorheen. De schutting op de hoogste stand (anderhalve meter ongeveer) is uiteraard geen enkel probleem. Sinds ze weet dat ze mag springen, doet ze het met heel veel plezier. De kist in was nooit een probleem, deksel erop vond ze niet prettig, maar liet ze wel toe.
En toen ze in de kist zat met de deksel erop, begon Harry pas echt. Hij zette een parcours uit waarbij ze eerst over een balkje de lage tafel op moest, van de tafel de ladder over en de ladder op de kruiwagen. Dus dat ze als ze doorliep, zo de kruiwagen in liep. In de kruiwagen liggen. Blijven liggen terwijl ik ongeveer drie meter met de kruiwagen loop en het ding naast de kist zet. En van de kruiwagen de kist in springen. … Geen probleem. Als een zonnetje. Alsof ze nooit iets anders gedaan had.
Volgende. Het rooster schuin tegen de kist aan, deksel op de kist. Zij moet via het rooster de kist op gaan. Op de kist ligt een balk naar de hoepel. Harry hield op het midden van die balk een fietsenwiel vast (zonder spaken) waar ze doorheen moest. En op het einde door de hoepel springen. Geen probleem.
Toen een stukje moeilijker. Deksel van de kist af en hetzelfde parcours. Dus via het rooster naar boven, niet in de kist vallen, maar direct op de balk lopen. En dan door de twee ringen. Geen probleem.
Mijn Aag is werkelijk fantastisch.
Alleen jammer dat ze het gisteren dan meteen weer minder goed deed :| Dadelijk even met haar gaan lopen, weer wat oefenen :) Binnenkort hoop ik wat filmpjes online te zetten van Aag en mij!
Schneier on Security: Sony’s DRM Rootkit: The Real Story
You might think Schneier is overreacting and blowing things up, but once again, I think he exactly hit the right spot. Read his article: Schneier on Security: Sony’s DRM Rootkit: The Real Story
Yet another reason to… Well, you fill in the blanks.
Marketing
Een groot probleem dat Bart en ik ervaren bij het uitvoeren van ons bedrijf, is het niet kennen van de juiste mensen. Met een bedrijf zoals het onze, is het moeilijk om andere bedrijven aan te spreken. Immers, we verschillen van die andere bedrijven op precies die punten waarvan de andere bedrijven ook zeggen dat ze verschillen. Voor een buitenstaander is ons type bedrijf er één van dertien-in-een-dozijn. Hoe overtuig je die mensen nou dat je dat niet bent?
Waar we veel aan hebben en wat we ook eigenlijk van het begin af aan veel gedaan hebben, is zorgen voor een professionele uitstraling. Als techneuten hebben we de neiging om dat van de hand te doen als “upschmuck”, bang dat we op andere techneuten overkomen als een stel snelle jongens. Immers, hoeveel andere bedrijven zorgen alleen maar voor een goede uitstraling? Toch hebben wij gemerkt dat je met een professionele uitstraling eerder serieus genomen wordt. Dan hijs ik me maar voor ieder gesprek in dat pak, mijn (potentiele) klant waardeert de moeite die ik doe om goed voor de dag te komen. En in ons werk ligt de nadruk op details, dus als je die details al in orde hebt, zijn ze eerder geneigd om je serieus te nemen.
Uiteraard is het item waar de meeste zorg in gaat steken onze dienstverlening en het uitoefenen van ons beroep. We willen met klem dat er op ons werk niets aan te merken is en als dat wel zo is, schamen we ons daar vaak zelf al zoveel voor, dat we het oplossen. Wij proberen onszelf in de markt te zetten als “de specialisten”, dat lukt niet als je hier en daar steekjes laat vallen. “Specialist” is immers eenzelfde soort term als “hacker”, in de Open Source gemeenschap: Die geef je jezelf niet, die geven anderen jou. Dus als een persoon met kennis van zaken ons werk onder de loep neemt, moet die kunnen zien dat het door specialisten gedaan is. Eigenlijk is dat de kern van ons beleid, goed zijn in wat je doet.
Maar welk bedrijf zegt dat nou niet, dat ze goed zijn in wat ze doen? Eigenlijk willen wij ook niet zomaar “goed” zijn, eigenlijk willen wij “de beste” zijn. Maar die term is gevaarlijk om teveel te noemen, aangezien “de beste” het onmogelijke mogelijk maakt en zo’n uitstraling betekent dat je iedere keer jezelf weer waar moet maken. Men is dan niet meer tevreden met “gewoon goed” werk.
Dus hoe vermarkt je dat? Netwerken, netwerken, netwerken. Makkelijker gezegd dan gedaan. Er zijn enkele instanties waar we lid van zijn (denk aan de OSBC, maar we hopen ook binnenkort lid te worden van het LOSS platform en meerdere van dat soort partijen) die kunnen helpen met het netwerken. Maar een goed netwerk opbouwen duurt jaren en die jaren hebben wij momenteel eigenlijk niet. Dus zijn we op zoek gegaan naar alternatieve opties.
En dan gaan ineens een boel zaken rollen. Aangezien we onze nieuwe website mooi op orde hadden, besloten we eens gebruik te maken van AdWords van Google, een manier om reclame te zetten bij bepaalde zoekopdrachten. Het heeft momenteel nog niks opgeleverd, maar ik moet zeggen dat ik er toch wel gecharmeerd van ben. De interface ziet er goed uit en je hebt enorm veel controle over wat je uitgeeft en wat je ervoor terugkrijgt. We zitten dus in de eerste testmaand voor ons. Misschien dat ik er in de toekomst nog wel eens op terugkom. (Voorlopig zou je natuurlijk gewoon even naar trefwoorden kunnen zoeken die op ons bedrijf zouden kunnen slaan. Als je ons daar niet vindt, zet de trefwoorden die je gebruikt hebt dan even hieronder in een berichtje, dan weten we welke we moeten toevoegen :)) Voorlopig ziet het er in ieder geval interessant uit.
Een ander iets, of eigenlijk iemand, waar ik veel van verwacht is Danny. Danny is een vriend uit mijn jeugd, waarbij ik vriend misschien wel erg ruim gebruik. We zaten in “dezelfde groep mensen”, zo’n 10 Ã 20 man en vrouw die vanalles samen deden. Eigenlijk hoorde ik daar niet helemaal bij, maar ik viel er ook niet buiten. Danny was in die tijd (sorry Danny!) nogal een rebel. Maar de laatste jaren (5+ jaar, om eerlijk te zijn) is hij daarin heel erg veranderd. Ik zag en sprak hem maar zelden, moet ik eerlijk zeggen, maar als ik hem sprak, waren het wel altijd leuke gesprekken. Met name dat hij een tijd een opleiding tot docent natuurkunde heeft gevolgd valt bij mij natuurlijk in goede aarde[1], daarna is hij Communicatie gaan doen. Vandaar dat toen ik hem laatst op de Bedrijven Kontact Dagen sprak, we in gesprek kwamen over ons probleem met de marketing. Hij wilde best eens rondkijken of hij iemand kon vinden die ons kon helpen met verkopen. Dat is een beetje anders gelopen.
Afgelopen vrijdag heeft Danny twee uur hier gezeten en hebben we in feite een eerste aanzet gedaan richting een nieuw Ondernemingsplan. Tenminste, de vragen die hij me stelde om een beter beeld te krijgen van onze onderneming, kwamen vrijwel volledig overeen met de stappen die wij indertijd doorlopen hebben voor ons Ondernemingsplan. Alleen weet ik zeker dat wat hij op papier heeft gezet die avond, veel waardevoller voor ons is dan ons eigen plan, waar we eigenlijk nu al meer dan een jaar niet naar omgekeken hebben.
Het voordeel van iemand erbij hebben zitten die je bedrijf eigenlijk amper kent, maar wel de zakenwereld, is dat die persoon doorvraagt. Dat wij kwaliteit leveren, daar gaat hij van uit. Maar waarin leveren we dan kwaliteit? Vergeleken met wat? Hoe is die kwaliteit te meten? Op welke manier ziet een buitenstaander die kwaliteit? En iedere keer als ik mijn zin begon met “Ja, dat is dus eigenlijk één van onze problemen…” zag ik dat hij iets hoorde waar hij over door kon vragen en waar hij oplossingen kon creëren. Hij liet me inzien dat de bedrijven die ik eigenlijk niet als concurrenten beschouw, dat eigenlijk wel zijn. Hij liet me inzien dat onze zwakke punten, eigenlijk best makkelijk veranderd kunnen worden in onze voorsprong op de concurrentie. Hij liet me inzien dat die zaken die ik eigenlijk als een noodzakelijk kwaad van een onderneming beschouwde, stiekum toch wel erg belangrijk zijn voor ons succes. Komende vrijdag komt hij weer langs. Dan gaan we het hebben over het uitvoeren van een concurrentieanalyse, organisatieanalyse en klantanalyse. Hij heeft me daar al wat teksten over gestuurd, maar ik ben benieuwd naar zijn verdere uitleg. Een gouden vondst.
Maar er zijn nog meer zaken die lopen, klanten die ineens interessant kunnen zijn, opdrachten die net dat verschil zouden kunnen maken. Ik denk dat we goed bezig zijn. Ik heb er weer alle vertrouwen in. En eerlijk gezegd, dat was een kleine drie weken toch wel anders…
[1] Ik heb zelf 2,5 jaar Technische Natuurkunde gedaan en beschouw mijn overstap naar Informatica nog steeds als één van de grootste fouten van mijn leven. Informatica heeft mijn ziel, Natuurkunde heeft mijn hart. Er is geen mooiere opleiding.