Dode kippen in het kippenhok

Hanneke komt binnen. Ze was juist even de honden en de kippen verzorgen.

"Twee dooie kippen."

Ik tik mijn zin even af, voordat ik haar aankijk.

"Ik durf ze niet te pakken. Vraag ik straks wel aan je vader."

"Ik doe het wel."

Ze kijkt me met een vragende blik aan. "Durf jij dat?"

Ik sta op en zeg dat ik beter even andere schoenen aan kan doen, aangezien het nogal een zooi is achter in de tuin met dit natte weer. Hanneke wijst me erop dat ik beter mijn laarzen aan kan doen en die pak ik dan ook uit de garage. Terwijl ik ze aandoe vraag ik, "Hebben we geen plastic handschoenen of iets dergelijks?"

"Je kunt ze met deze vuilniszak pakken."

Ik pak de vuilniszak van haar over en doe mijn jas dicht. Omdat we niet weten of het dier wat ze dood gemaakt heeft daar nog is, haal ik voor de zekerheid Aagje uit haar kennel. De bunzing of marter die er zit zal me waarschijnlijk niks doen, die beesten zijn banger voor mij dan ik voor hun, maar het geeft me een beter gevoel als ik Aag bij me heb.

Aagje is uiteraard blij en begroet me uitbundig. Ze rent wat op en neer en rent dan langs me heen naar het weitje waar de kippen zitten. Hanneke heeft het licht nog aangelaten. Ik heb een klein staaf-zaklampje van haar meegekregen, omdat het hok van deze kippen helemaal achterin staat, waar het licht van de lamp niet meer komt.

Als ik het hek naar het kippengedeelte open maak, blijft Aagje uit gewoonte buiten staan. De kippenren is verboden terrein voor haar en dat weet ze. Maar vanavond niet. Dus ik roep haar bij me en ze rent uitbundig door het poortje en gaat overal snuffelen. Samen lopen we naar achter, waar het houten kippenhok staat. Zonder het staafje aan te doen, zie ik een kip inderdaad al met kop en hals uit het deurtje naar buiten hangen, duidelijk dood. De nek heeft een hele kale plek, waar de marter waarschijnlijk zijn tanden gezet heeft om de kip uit te zuigen. (Dat wist ik gelukkig op dat moment niet, vertelde Hanneke me pas achteraf.)

Aag wil de dode kip pakken, maar ik hoef maar één keer te roepen om haar aandacht ervan af te leiden. De kippen zijn verder ook niet meer interessant voor haar. Ze rent terug naar het begin van de ren en gaat daar wat snuffelen. Ik slik een keer. De dode kip hangt macaber uit dat hok. Ik ben blij dat ik zijn oogjes niet kan zien in het donker. Ik pak de plastic zak met twee handen vast en beweeg hem langzaam naar de kip.

Terwijl ik dichterbij ga met de zak, bereid ik me vast voor op het oppakken van de dode kip. Is toch wat anders dan kipfilet. Die kuikentjes waren afgelopen zomer nog behoorlijk licht, maar zo'n grote kip, die weegt toch al snel een kilootje, denk ik. Misschien wel twee, het zijn immers grote Barnevelders. Ik denk aan het gewicht van de dode kip in de plastic zak tussen mijn vingers. De kip zal waarschijnlijk wel met wat veren onder het hout vastzitten, waardoor ik hem los moet trekken. Ik voel een koude rilling over mijn rug gaan.

Enkele centimeters van de dode kip verwijderd, stop ik. Ik slik een keer en ga dichterbij. Als ik een heel klein beetje druk op de plastic zak voel, trek ik heel snel mijn handen terug en duw de ineens opgekomen gal in mijn mond weer naar beneden. Ik onderdruk de braakneigingen en besluit dat ik niet moedig genoeg ben om in het donker een dode kip met een plastic zak op te pakken. Niet alleen de dode kip is eng, de hele omgeving en sfeer eromheen. Ik word er kriegel van. Voor een eventueel beest ben ik niet bang, als die er nog gezeten had, was Aag wel gaan blaffen. De dode kip is alles wat nog eng is.

Met de zaklamp verlicht ik de binnenkant van het hok. Achter in het hok zie ik nog een hoop veren liggen. De poten steken naar achteren uit, dus dit is geen levende kip meer. Ik zie nog twee kippen die me aankijken, levend en wel.

Ik zet Aagje weer in haar kennel en loop naar binnen. Hanneke ziet de lege zak in mijn handen, waarop ik zeg, "Ik ben toch niet zo moedig als ik had gedacht."

Even overleggen we wat we met de kippen kunnen doen en Hanneke vindt dat we ze dan maar bij de andere kippen in het grote hok moeten zetten. Als we allebei de dode kippen niet durven te ruimen, is het tijd om de levenden te redden.

Samen lopen we naar achteren, ik laat Aagje weer los en met ons meelopen. Hanneke is inmiddels een grote zaklamp gaan halen bij Harry en samen kijken we nog een keer in het hok. Inderdaad, nog een dode kip achterin, maar wel drie levende nog. Onder andere Klaartje, de lievelingskip van mijn vader en Hanneke, een hele tamme hen. Daar is Hanneke zichtbaar opgelucht over. Als Klaartje Hanneke hoort roepen, komt ze eigenlijk direct naar buiten. Ze laat zich makkelijk oppakken door Hanneke, terwijl ik Aagje vasthoud, die een levende kip toch nog steeds wel erg interessant vindt. Hanneke brengt Klaartje naar het grote hok, terwijl ik met Aagje in het donker blijf zitten.

Aagje is duidelijk opgewonden en ik ben voornamelijk bezig met haar in bedwang houden, als Hanneke de volgende kip eruit probeert te lokken. Dat lukt niet zo goed en Hanneke besluit om de kip, een haan, eruit te pakken. Met haar armen langs de dode kip die met zijn kop door de opening hangt, dus. Ik pak de zaklamp weer van haar over, zodat ze beide handen vrij heeft om de haan te pakken. We zitten beide gehurkt voor de ingang van het hok, terwijl ik een hand in Aag's nek heb, om haar tegen te houden.

Maar ik had haar niet stevig genoeg vast. Terwijl Hanneke met veel moeite de haan uit het kippenhok haalt, besluit Aagje dat de spartelende kip ongetwijfeld een prooi is waar Hanneke en ik samen op jagen en ze draagt haar steentje bij door de haan stevig vast te pakken. Met haar tanden, uiteraard. De schrik sloeg me om het hart. Hanneke was nog helder van geest om "los" te roepen, maar daar dacht ik niet eens meer aan. Met mijn handen wrikte ik de bek van Aagje open en gaf haar heel flink op haar kop. Drie neusbeten (nee, ik bijt haar niet, dat doe ik met mijn handen) en plat op de grond gedrukt. Zo ongeveer de zwaarste straf die ik Aagje kan geven op zo'n moment. Hanneke jaagt ondertussen op de haan en merkt op dat die mank loopt.

Als Hanneke de haan vast heeft, zet ik Aagje weer terug in haar hok. Aangezien ik geen riem bij me had, kon dat niet eerder, want zodra ik op stond, zou Aagje opgesprongen zijn om Hanneke te helpen met het jagen. En dat wilden we niet, uiteraard. Hanneke zet ondertussen de haan in een krat, speciaal bedoeld om kippen te vervoeren.

In de garage bekijken we de haan en hij lijkt er met enkele kleerscheuren vanaf gekomen te zijn. Hanneke voelt aan zijn botjes en denkt niet dat hij iets gebroken heeft. Dus misschien een kleine kneuzing of verstuiking. We besluiten de haan maar te laten zitten in de garage, in de krat, zodat hij een nachtje tot rust kan komen.

Ik loop nog even naar achteren, om het licht in de wei uit te maken en merk dat Aagje heel gedrukt in haar kennel loopt en zelfs naar achteren gaat, als ze mij ziet aankomen. Wat er ook gebeurt, ze mag geen negatieve gevoelens krijgen bij mij, altijd positief afsluiten, dus ik ga even haar kennel in. Door mijn knieën om even met haar te knuffelen, terwijl ik met een zachte stem zeg dat het goed is en met Hanneke bespreek hoe ik haar gestraft heb. Hanneke dacht dat ik haar best wel wat harder had mogen straffen, waarop ik antwoordde dat ze er volgens mij nu al enorm van geschrokken was.

"Misschien is het wel genoeg geweest en heeft ze nu totaal geen interesse meer in de kippen," stelt Hanneke. Ik kan het alleen maar hopen.

Ik loop naar achteren om het licht in de wei uit te maken en ga weer terug naar binnen. Nog kort even met Hanneke gesproken over het feit dat Aag niet los liet, ondanks dat Hanneke toch redelijk hard riep. Maar ik zei het niet en dan is er toch eigenlijk geen pijl op te trekken wat ze wel doet of niet. Dus achteraf vraag ik me steeds maar weer af, zou Aagje losgelaten hebben als ik op ferme toon "Los!" geroepen had?

Ik hoop dat het haantje niet teveel geschrokken is.

Comments

Comments powered by Disqus